Archive for May, 2016

Словарь средневекового голландского языка

May 11, 2016

Словарь средневекового голландского языка

средневековый современный
alleen slechts, maar
bedietsel bediedenis
bewittede gewitte, wit gemaakte
boese boos
borden lasten
bouck boek
bourden boerten , sprookjes (сказки)
breue brieven, vrijbrieven
bruykt gebruikt
coemen gekomen
crychdet krijgt het
daerwt daaruit (оттуда)
dattet dat het
derfstu behoeft gij
die voerresten de voorsten
dinck ding
draeghen dragen
duer door
ener/enen iemand/u/ons (кто-нибудь)
euen soe meer maar even zoo, op dezelfde wijze
ewech weg, henen
fermaelde , beschilderde
foerbate de voorproef, het eerste genot
foor floot of goot
gebleuen opgehouden, tegengehouden
ghebreecken ontbreken
Ghendt Gent
ghesinde dienstboden
ghesneden gesneden
ghien geen
gonck ging
gruepe greep, eene handvol
haddy haddet gij
haegken hekken, omheiningen
haest haast
heftet heeft het.
hessen  
heurli(d)er haar (pron. poss. её, их)
holden vasthouden, aangrijpen
hont hond
huer haar (pron. poss. её)
hueuerwille om uwentwille (pour l’amour de vous)
jaer jaar
koken koks
laettet laet het
leegest het laagst
leuendighe levendig
mer wee dem maar wee dien , of hem.
mielre maler (schilder)
misselick moeijelijk, twijfelachtig
mitter mit der
moet moed
noese neus
nummer nimmer, nooit
nye nieuw
oeren haren
oeuel euvel, ramp
oldt oud
placke часть стейвера (в Гронингене в стейвере шесть plakken, в Брабанте восемь plakken)
pucchen pogchen
puer puur
raesde raasde (неистовствовать; безумствовать; буйствовать, бушевать; (бешено) мчаться, нестись)
salm  
selen zullen
selue zelf
slumen slapen
soe doerhayrt zoo doorkamd, onder handen gehad
soeuen zeven
spyet spuwt
stuepen geeselen
suyuerlick net, bevallig
syn zijn
syndt  
syner zijnentwege, om hem
synre zijner, met hem
te voeren vooruit, vooraf
ten het en
ten het
ten syn het en zijn , het zijn
thoeft het hoofd
tocht trekt
toeryttet scheurt
vaeren gaan
veerre verder
vergaff uitgaf; uitdeelde
vermach vermoch
verscheert beschoren, toegedacht
­versien daarin voorzien; daanvoor zorgen; toezien, oplettend zijn*
vier vuur
vloehen vlooijen
voele vele
vppersten oppersten
vrunt vriend
vul vol
vuyten uiten
vyfthien vijftien
wal wel
want wand of muur
weel wie
weeldaeghe dagen van weelde of voorfpoed
weer ware
weerwerck vechtwerk
werdt zal
woe waar
wt uit
wustelden uitstelden
ye ooit
yerst het eerst
zuyuerlick net, bevallig
zydy zijt gij

 

Advertisements